
Toepassing van maatregelen in het gehele verspreidingsareaal van akkervogels kost jaarlijks tussen de 90 en 175 miljoen euro. Dit schatten onderzoekers, in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
Maatregelen
Om de verdere achteruitgang van populaties akkervogels tegen te gaan, zijn introductie van onbespoten graanranden in graanpercelen, aanleg van brede akkerranden, uitbreiding van teelt van zomergranen en teelt van wintervoedselgewassen goede maatregelen. Toepassing van deze maatregelen in het gehele verspreidingsareaal van akkervogels kost jaarlijks tussen de 90 en 175 miljoen euro. Om in Nederland alleen de hotspots van de meest bedreigde akkervogels te verbeteren, is jaarlijks zo'n 12 tot 20 miljoen euro nodig. Dit blijkt uit het rapport 'Een Veldleeuwerik zingt niet voor niets!' waarin onderzoekers in opdracht van het PBL een schatting hebben gemaakt van de kosten van maatregelen voor akkervogels in de context van een veranderend gemeenschappelijk landbouwbeleid.
Inzicht
Het PBL wilde inzicht hebben in de kosten van maatregelen die in de landbouw nodig zijn om biodiversiteitsdoelstellingen voor akkervogels te behalen. De Europese Commissie is namelijk bezig om het huidige Gemeenschappelijk landbouwbeleid om te vormen richting een systeem waarin boeren worden betaald voor maatschappelijke diensten. Maatregelen ter bescherming van akkervogels zouden daar onderdeel van kunnen uitmaken.
Falende markt
Volgens de onderzoekers is sprake van een falende markt en zal het zonder extra beleid steeds slechter gaan met de akkervogels in Nederland. Verdere schaalvergroting in de landbouw, afschaffing van melkquotering en de daaraan gekoppelde toename van de melkproductie en verdere expansie van de gras- of maïsteelt, zijn ongunstig voor akkervogels. Bescherming van akkervogels via het Gemeenschappelijk landbouwbeleid is niet onlogisch en het instrumentarium om dat te doen bestaat al jarenlang, schrijven de onderzoekers.
Het rapport 'Een Veldleeuwerik zingt niet voor niets!' is te vinden op de website van Wageningen UR.