
Een aantal details moet nog worden uitgewerkt, maar de grote lijnen van het nieuwe mestbeleid zijn helder. Op 1 januari 2014 moet het nieuwe beleid ingaan. Het nieuwe mestbeleid telt drie sporen; mestverwerking, de aanpak van fosfor- en stikstofgehaltes en het toelaten van dierlijke mest als kunstmestvervanger.
Sporen
Spoor 1: Nieuw stelsel voor duurzaam evenwicht tussen mestproductie en mestafzet.
Veehouders die voldoende grond in gebruik hebben om de eigen mestproductie af te zetten, worden ontzien. Veehouders met onvoldoende grond in eigen gebruik, ongeacht het soort vee dat zij houden, moeten vooraf hun mestproductie verantwoorden. Mest waarvoor geen verantwoorde afzet gevonden wordt, mag niet geproduceerd worden.
Spoor 1 kent twee hoofdelementen:
• Verplichte mestverwerking: bedrijven die meer mest produceren dan zij op grond in eigen gebruik kwijt kunnen, moeten een naar regio gedifferentieerd minimaal deel van hun overschot aanbieden voor verwerking bij een gecertificeerde verwerker. Contracten waarin dat geregeld wordt, moeten aangegaan worden uiterlijk op 31 december voorafgaand aan het productiejaar.
• Gegarandeerde afzet van resterend mestoverschot: Daarnaast zullen deze veehouders zich voor de rest van het overschot elk jaar, uiterlijk op 15 mei van het productiejaar, moeten verzekeren van voldoende afzetruimte en een afzetgarantie voor de voorziene mestproductie van hun veestapel voor dat gehele jaar. Afzetruimte kan o.a. zijn op landbouwgrond (bijvoorbeeld in de akkerbouw), duurzame energieopwekking (in Nederland), export van mest of afzet bij een gecertificeerde mestverwerker.
Spoor 2: Maatregelen om onnodig hoge gehalten aan fosfor en stikstof in voer terug te dringen, zonder dat dit ten koste gaat van de gezondheid en het welzijn van het dier.
Spoor 3: Producten uit dierlijke mest als kunstmestvervanger toestaan.
Moties
Tijdens de stemming in de Tweede Kamer over het toekomstig mestbeleid, zijn de volgende drie moties aangenomen:
• Als de Commissie Deskundige Meststoffenwet (CDW) aangeeft dat het uitspoelingsrisico van nitraat na grondontsmetting vergelijkbaar is met het telen van een vanggewas, de verplichting tot het telen van een vanggewas na maisteelt op zand- en lössgrond versoepelen voor ontsmette grond.
• Verlagen van het koper- en zinkgehalte in het veevoer (ook in Europees verband).
• Veehouders die de op hun bedrijf geproduceerde mest in een straal van 30 kilometer weten af te zetten, worden ontheven van de verplichte mestverwerking.
De versoepeling van de regelgeving na grondontsmetting wil men laten ingaan, vooruitlopend op het nieuwe mestbeleid.
Mestverwerking
De verplichting tot mestverwerking gaat in per 1 januari 2013. Momenteel wordt over de invulling van deze verplichting onderhandeld tussen het ministerie en het bedrijfsleven, waaronder LTO en NVV.
LTO is van mening dat het nu te vroeg is voor bovengenoemde motie over mestverwerking, omdat er nog veel details uitgewerkt moeten worden. Staatssecretaris Bleker heeft de motie ontraden, omdat hierdoor de kans bestaat dat de mestverwerking niet van de grond komt. “De motie is een bijl aan de wortels van het nieuwe mestbeleid”, aldus de staatssecretaris.
Invulling
De wetgeving voor mestverwerking en mestafzet moet eind 2012 af zijn. Het beleid is in grote lijnen vastgelegd, maar de details moeten nog uitgewerkt worden.
De volgende zaken zijn bekend:
• Een percentage van het overschot (op bedrijfsniveau) moet verplicht voor mestverwerking worden aangeboden.
• Per regio worden minimale percentages vastgesteld die verplicht aan een gecertificeerde mestverwerker aangeboden moeten worden (regionormen).
• De regio’s komen overeen met de concentratiegebieden uit bijlage 1 van de Meststoffenwet.
• Bij het bepalen van het verplichte percentage zal rekening worden gehouden met de ontwikkeling van de dierenaantallen.
• De verplichting tot mestverwerking geldt niet voor ondernemers die hun mestoverschot volledig exporteren.
• Het systeem van dierrechten blijft bestaan tot het nieuwe mestbeleid goed functioneert. Pas dan wordt beoordeeld of het systeem van dierrechten verdwijnt in 2015.
Regionormen
Nederland wordt in drie regio’s ingedeeld:
1. Zuid: hoogste regionorm;
2. Oost: middelste regionorm;
3. Overig: laagste norm.
Over de hoogte van de regionormen vindt momenteel overleg plaats met het ministerie. Wel is duidelijk dat de regio’s overeenkomen met de concentratiegebieden zoals o.a. opgenomen in de Meststoffenwet.
Mestsoort
Het percentage van het mestoverschot dat verplicht aan de mestverwerking aangeboden moet worden, is niet alleen afhankelijk van de regio, maar ook van de mestsoort. Waarschijnlijk zal voor pluimveemest een hoger afzetpercentage gelden dan voor varkens- en rundveemest. De laatste twee worden waarschijnlijk aan elkaar gelijkgesteld.
Over de hoogte van de norm per mestsoort wordt momenteel onderhandeld. Tevens wordt overlegd of een deel van het biologische mestoverschot (op bedrijfsniveau) ook verplicht verwerkt moet worden.
Overig
De overige details die de komende maanden worden uitgewerkt, zijn o.a. de verschillen in aanpak per regio, definiëring van de term mestverwerking, administratieve verplichtingen en de toetsing van het systeem.
Bron: Hendrix UTD