
In een demonstratieproef door het Productschap Akkerbouw en Provincie Drenthe is het effect van de teelt van meerdere soorten groenbemesters op de populatie aaltjes getoetst. Zowel het effect van de stroken groenbemesters op de aaltjespopulatie als het effect ervan op de teelt en opbrengst van de aardappelrassen is in enkelvoud uitgevoerd. Het doel van de demonstratieproef is om telers te laten zien dat de keuze van de groenbemester effect heeft op de teelt van zetmeelaardappelen.
Groenbemesters
Op een deel van het perceel is in 2010 een aantal stroken aangelegd. De stroken betreft: de groenbemesters Nemat, Caliente, Japanse haver, bladrammenas (twee rassen) en een strook natte grondontsmetting. Nemat (Eruca sativa) is een zwaardherikvariëteit. Deze groenbemester zou vooral wortelknobbelaaljes (Meloidogyne) en cysteaaltjes (Globoderaen en Heterodera ) sterk bestrijden. Nemat lokt de aaltjes door lokstoffen in de wortels. Bij aanprikken van de wortels worden de glucosinaten omgezet en het aaltje bestreden. Caliente (Brassica juncea) is een mosterdsoort. Deze groenbemester werkt als biofumigator op pathogenen in de bodem na klepelen en onderwerken van het gewas. Deze groenbemester bestrijdt tevens wortelknobbelaaljes (Meloidogyne) en cysteaaltjes (Globodera en Heterodera ). Bladrammenas vermindert bietencyste-aaltjes maar is een sterke vermeerderaar van Pratylenchus penetrans en meerdere Trichodoriden. Japanse haver is een slechte waardplant voor Pratylenchus penetrans en P. crenatus.
De natte grondontsmetting is uitgevoerd met Monam en lag overigens op de hoogste strook van het perceel. De rest van het demoperceel was goed egaal.
Aardappelrassen
In 2011 zijn op dit perceelsgedeelte tien aardappelrassen dwars op deze stroken gepoot. De proef heeft weinig hinder gehad van nachtvorst. Wel vertoonden vooral de late rassen in de tweede helft van het groeiseizoen een hernieuwde loofgroei. Dit betekent ook dat de wortelmassa opnieuw toeneemt. Dit heeft vermoedelijk invloed gehad op de opbrengstschade; de wortels zijn eerst wel aangetast maar hebben zich later vernieuwd bij de nieuwe loofontwikkeling. De verschillen zijn hierdoor kleiner geworden.
Opbrengsten
Vroeg in het groeiseizoen resulteert de strook met natte grondontsmetting in de meest ontwikkelde loofmassa. Deze strook ging echter als eerste op zijn retour. De strook waar het loof als laatste afstierf was de Caliente, die in juni nog resulteerde in de minst goede gewasstand. Door de natte grondontsmetting is in augustus aantasting van het gewas door Sclerotinia ontstaan. Per strook en per ras is er in tweevoud een opbrengstbepaling gedaan. De gemiddelde opbrengst van alle rassen door elkaar in uitbetalingsgewicht op de verschillende stroken is:
- Caliente Gele mosterd 94
- Contra Bladrammenas 96
- Nemath Zwaardherik 100
- Corporal Bladrammenas 101
- Jap. Haver Jap Haver 103
- Nat ontsmet Chemisch 103
Ook zijn er behoorlijke verschillen tussen de rassen op de verschillende stroken.
| Ras | Relatief UBG | Onderwatergewicht |
| Messina | 85 | 493 |
| Achilles | 86 | 422 |
| Seresta | 97 | 499 |
| Axion | 97 | 457 |
| Merano | 101 | 515 |
| Novano | 101 | 527 |
| Sofista | 102 | 484 |
| Altus | 108 | 555 |
| Avarna | 111 | 528 |
| Festien | 112 | 536 |
Verschillen
Met in het achterhoofd dat het groeiseizoen de verschillen heeft verkleind zijn de verschillen nog wel groot.
Daarnaast zijn er ook grote verschillen in de aaltjessituatie per perceel. Vooral de laatste jaren zien we op praktijkpercelen lokaal de alenbesmetting van vooral Pratylenchus penetrans en Meloidogyne chitwoodi extreem omhoog schieten, veroorzaakt door het langere groeiseizoen, dat de mogelijkheid biedt voor deze schadeverwekker om een generatie extra nakomelingen te vormen. De omstandigheden in de herfst van 2011 zijn dus ook zodanig geweest dat in 2012 hoge aantallen worden verwacht bij bemonstering.
Bron: DLV Plant